Bradbury, Wilkinson & Co.: een bedrijfsgeschiedenis
door Mario Boone
We trappen een open deur in, wanneer we zeggen dat het Engelse Bradbury, Wilkinson & Co. een van de belangrijkste drukkerijen van aandelen en obligaties is in de geschiedenis. Met glans doorstaat ze de vergelijking met De La Rue (GB), Waterlow & Sons (GB) en American Bank Note Company (USA), de drie andere marktleiders binnen dit gebied. Naast deze ‘groten van de drukkerswereld’ dienen ook Chaix (Frankrijk), Enschedé (Nederland), Giesecke & Devrient (Duitsland) en de Belgische drukkerij Imifi (=Imprimerie Industrielle et Financière) vermeld te worden. Minder omnipresent in de rest van de wereld als de eerstgenoemden, beheersten zij evenwel hun eigen nationale thuismarkt.
Ondanks dit historisch belang van Bradbury, Wilkinson & Co. en de bekendheid van de Bradbury-aandelen in de scriptophilie-wereld, tastten we tot op vandaag echter om de een of andere mysterieuze reden in het duister wat de drukkerij en zijn oprichter betreft. De bedrijfsgeschiedenis achterhalen leek ons aanvankelijk dan ook een onbegonnen werk, maar uiteindelijk legden de archieven toch hun geheimen bloot…
Het oorspronkelijk bedrijf werd opgericht door Henry Bradbury (1831-1860) in de jaren 1850. Hij was de zoon van William Bradbury, vennoot in de destijds bekende uitgeverij Bradbury & Evans - uitgever van enkele bekende bladen zoals de Daily News en Punch, die verder ook werk publiceerden van onder meer romanschrijver Charles Dickens en de zgn. Lake Poets Wordsworth, Tennyson en Coleridge.
Henry leek dan ook voorbestemd om in de voetsporen van zijn vader te treden. Vandaar dat hij op 19-jarige leeftijd naar Wenen werd gezonden om het drukkersberoep te leren bij de Keizerlijke Drukkerij. Onder invloed van zijn Oostenrijkse mentor, Alois Auer, die de techniek om bloemen en planten te drukken juist geperfectioneerd had, concentreerde hij zich aanvankelijk op natuurafbeeldingen. en introduceerde hij deze nieuwigheid in Engeland.
Later ging Henry zich meer en meer bezig houden met het bestuderen van de drukkunst van bankbiljetten en van mogelijke beveiligingssystemen tegen valsmunterij. Hij schreef hierover verschillende boeken, uitmondend in zijn magnum opus ‘Specimens of Bank Note Engraving’ (1860) - een zeer gedetailleerde beschrijving over de druktechnologie van zijn tijd, vergezeld van een aantal aanbevelingen tegen valsmunterij.
Nog altijd in hetzelfde jaar sloeg Henry Bradbury de hand aan zichzelf (2 Sept. 1860). Aan de leeftijd van 29 had hij de wereld genoeg bewijs gegeven van zijn genialiteit…
De drukkerij van bankbiljetten die hij in 1856 opgestart had, werd gelukkig verder gezet en in 1861 werd een nieuw, onafhankelijk bedrijf opgericht in de stad New Malden (in de Engelse provincie Surrey) onder de naam Bradbury, Wilkinson & Co. De onderneming bouwde al snel een stevige reputatie op in het drukken van bankbiljetten, postzegels en aandelen&obligaties. Ze ging de concurrentie met American Bank Note Company, Waterlow & Sons en De La Rue volop aan.
In 1890 werd het bedrijf overgenomen voor £95.000 en een nieuwe onderneming, onder exact dezelfde naam, werd geregistreerd op 4 januari 1890. Het bedrijf kreeg een notering op de beurs en had een kapitaal van £100.000.
Enkele jaren later (1903), nam American Bank Note Company Bradbury, Wilkinson & Co over. Aldus kwamen de gewone aandelen en de helft van de preferente aandelen in het bezit van de Amerikaanse drukker wiens geschiedenis teruggaat tot in 1795. Op die manier kon ABNC zijn ambitie om internationaal te expanderen vervullen. Voor hen was de overname van de Britse drukkerij een belangrijke hefboom die hun omzet naar een hoger niveau tilde.
Ondanks het feit dat Bradbury, Wilkinson & Co. op die manier een dochteronderneming werd van ABNC, bleef het onder zijn eigen (sterke) merknaam drukken. Vanaf 1923 tot in de jaren 1940, werden de (preferente) aandelen van Bradbury, Wilkinson & Co. trouwens weer verhandeld op de Londense beurs. Deze elementen wijzen er op dat Bradbury, Wilkinson & Co. een sterke en vrij onafhankelijke positie behield tegenover het Amerikaanse moederbedrijf.
Onder de energieke leiding van H. L. Hendriks, die het bedrijf meer dan 25 jaar leidde, werd in 1921 een belangrijke kapitaalsverhoging doorgevoerd: het kapitaal steeg van £100.000 naar £400.000. In hetzelfde jaar werd een nieuwe fabriek gebouwd in New Malden en enkele jaren later werd een andere productie-eenheid opgezet in Zuid-Afrika.
Tijdens de jaren 1920 steeg de vraag naar het drukken van certificaten sterk. Tijdens de periode 1924-1929 bvb. kon American Bank Note Company zijn omzet verdubbelen tot 4 miljoen USD en zijn winst verdrievoudigen tot 1.2 miljoen USD.
Na de jaren twintig kwamen echter de depressiejaren…de omzet nam een vrije val en in 1932 (het slechtste jaar), was die geslonken tot slechts 60.000 USD terwijl het operationeel verlies aanzwol tot 464.000 USD. De helft van het personeel, ongeveer 2000 mensen, werd de deur gewezen. Gelukkig overleefde American Bank Note Company, en met hen Bradbury, Wilkinson & Co. de moeilijke jaren en in de jaren ’40 brak alweer een nieuwe bloeiperiode aan. De meeste Europese drukkerijen hadden immers zwaar te lijden gehad onder de bombardementen van de Tweede Wereldoorlog, zodat ABNC de orders voor het drukken van nieuwe bankbiljetten van de verschillende Europese landen vlot binnenrijfde.
Voor Bradbury, Wilkinson & Co. echter, bleek de 2de helft van de twintigste eeuw een heel stuk moeilijker. Hun plaat-druktechniek was voorbijgestreefd, wat er voor zorgde dat dat ze zich tegen 1967 bijna volledig hadden teruggetrokken uit de postzegelmarkt. Anderzijds won de dematrialisatie van aandelen en obligaties meer en meer aan belang, Wat het drukken van bankbiljetten betreft, experimenteerden ze in de jaren tachtig met plastic bankbriefjes. Het succes was echter beperkt en in 1990 werd uiteindelijk de fabriek van New Malden gesloten. Een tragisch einde voor een groot bedrijf…. This text is copyright protected. If you wish to use on the web or in print – for any purpose whatsoever – any part of this text or any of the illustrations, you must obtain prior written the Centrum Voor Scriptophilie (e.boone@glo.be). Infraction is not only morally totally reprehensible towards the authors and publishers who invested much effort and time in their research and writing, it will also be legally pursued.